Blog – een Koninkrijk in Kaart gebracht

Midden-Aarde, Narnia, Alera, Malazan, Westeros… stuk voor stuk werelden die de trouwe lezer met vertrouwen in durft te stappen: hij of zij weet hoe deze werelden eruitzien. Kent er de mensen, spreekt de talen, weet de weg. Voelt zich er, met andere woorden, thuis.

Veel lezers van fantasy hebben dezelfde ervaring: dat een meeslepende maar groots opgezette fantasy-reeks, hoeveel namen die ook op je afslingert, er maar niet in slaagt om je te overweldigen of te laten afhaken. Dat geldt niet alleen voor het aantal personage’s dat geïntroduceerd wordt – ik kijk hier in mijn boekenkast naar de werken van George R.R. Martin en wijlen Robert Jordan – maar ook voor de enorme topografische kennis die voor een nauwkeurige lezing en begrip van de boeken noodzakelijk geacht wordt. Onontbeerlijk voor niet alleen de reizen van de hoofdpersonen of verplaatsingen van legers, maar ook voor het doorgronden van de sociaal-economische, culturele en klimatologische verschillen en spanningen die in de wereld verankerd liggen. Het is véél, het is gedetailleerd, en het doet vaak niet onder voor een gemiddelde landkaart van een hedendaags continent.

En toch… en toch slikt de serieuze lezer het als zoete koek, maakt het zich zelfs eigen. Als tienjarige had ik grote moeilijkheden met het plaatsen van de Europese hoofdsteden, maar voor termen als Emyn Muil en Lebennin draaide ik mijn hand niet om. Dat heeft deels te maken met gewenning en interesse – Sorry, maar ik kom nooit in Bratislava. In Rohan verblijf ik echter om het jaar wel een weekendje – maar ook met blootstelling aan één van de meest fantastische aspecten van een doorsnee fantasyboek: de landkaart.

Of het nu gaat om de klassieke kaart van Midden-Aarde, de in segmenten gesneden stukken van Martin’s wereld van Ijs en Vuur, of de in fragmenten aangeboden setting van Robin Hobb’s Rain Wild Chronicles, de landkaart biedt de lezer een enthousiasmerende kennismaking met de wereld waarin hij of zij gedurende de lezing van het boek zal vertoeven. Het is een hulpmiddel voor de lezer en tegelijkertijd een ornament, zelfs een boegbeeld voor het boek in kwestie.

Toen ik begon met het schrijven van The Wanderers wist ik dat ik een landkaart in mijn boek wilde. Niet alleen omdat de grootste opzet dat vereiste, maar ook omdat ik niet tevreden zou zijn met een fantasy-epos zonder kaart. Basta.

Ik had een kaart liggen van toen ik The Wanderers nog als Dungeons & Dragons-campaign beleefde met mijn spelersgroep. Dat was echter niet meer dan een paar losse lijnen en contouren met daaraan na iedere sessie wat plaatsnamen toegevoegd. Los van het feit dat het esthetisch bagger was, miste het structuur. En dus ging ik eerst aan de slag met een uitgebreide eigen versie, hieronder te ‘bewonderen’.

Dit bleek nog geen gemakkelijke klus: waar ik me in de roleplaying-campaign had kunnen beperken tot de plaatsnamen die relevant waren voor de plot, moest ik ineens een wereld neerzetten die – op macroschaal – compleet voelde. Het onontgonnen zuiden moest verkend worden, evenals het hoge noorden en de kustlijn van het oosten. Ik wilde me er niet gemakkelijk vanaf maken en kale landschappen presenteren, en dus heb ik lang gebrainstormd over de klimaten, de culturen, de geschiedenis die deze plekken van elkaar onderscheiden – of juist verbinden. Hoe voelt iedere locatie uniek, maar nog steeds te plaatsen binnen het geheel van het Rijk?

Tegelijkertijd is de landkaart maar gedeeltelijk gevuld. Hoewel de geografische contouren compleet zijn, staan plaatsnamen alleen aangegeven van de locaties die de helden in het eerste boek aandoen, en van de grote landmarks zoals de Norholds, Respite en, natuurlijk, Dragon Spire.

Ik had nu een kaart, maar besloot wijselijk om de daadwerkelijke uitvoering ervan voor het boek uit te besteden aan een man met een sterker tekentalent: de cover artist, Ruben Mols, wilde graag niet één, maar twéé kaarten voor me maken! Zo stortte hij zich na het vervaardigen van de kaart van het koninkrijk Arnos ook nog op een gedetailleerde tekening van Cross Stone, de stad in het midden van het rijk. En dat leverde iets heel moois op:

Mijn kaart moest echter iets unieks hebben. Hoe mooi de kaart die Mols neerzette ook was, het ontbrak me toch aan de humoristische, licht-sardonische noot die The Wanderers zo karakteriseert. En dus bedacht ik het volgende:

Wat als dit de kaart was die de helden zelf in handen hebben gehad?

En die gedachte leverde fraai resultaat op:

Zo ziet men de lijnen van waar het document talloze keren is opgevouwen en uitgevouwen…

…de subtiele maar altijd goedlachse sneren naar elkaar…

…en natuurlijk de reactie van de leider van het gezelschap zelf!

Wil je meer weten over The Wanderers? Klik dan hier!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll to top