Boeken als Bouwstenen: zeven boeken die mij vormden als schrijver.

Boeken als bouwstenen

Boeken als bouwstenen, niet alleen van de mens, maar ook voor de ontluikende schrijver. Onlangs kreeg ik op facebook de uitnodiging van collega-schrijver Joost Uitdehaag om mee te doen aan een simpele challenge: zeven dagen lang, iedere dag één omslag van een boek delen. Een boek dat belangrijk voor me is geweest. Zonder uitleg of toelichting.

Een plaatje zegt meer dan duizend woorden, toegegeven, maar het is juist het verhaal bij het boek dat duidelijk maakt waarom dit boek zo belangrijk voor me is.

Dus besloot ik de challenge wat anders aan te pakken. In plaats van mijn facebookkring spammen met iedere dag één boek – ook leuk – volgt hieronder voor de echte fan een opsomming van zeven, met zorg geselecteerde boeken.

Criterium voor deze selectie: dit boek heeft mij niet alleen als lezer geraakt, maar mij op mijn pad als schrijver geholpen. Per boek een korte les die ik, al lezende, als schrijver ter harte heb genomen.

1. Fantasy is leuk.

Een open deur, wellicht. Maar de Klif-kronieken (Engels: Edge Chronicles) wisten mij als elfjarige weer naar fantasy te trekken in een duistere periode in mijn leven. Ik had The Lord of the Rings gelezen, was overweldigd door dat meesterwerk en bang dat ik het beste al gelezen had (misschien klopte dat ook, maar dat mag de pret niet drukken). Ik viel in een gat en las vooral jeugdboeken van Carry Slee. Zoals ik zei: een donkere periode. De wereld die Paul Stewart en Chris Riddell samen schiepen, de één als schrijver, de ander als tekenaar, was echter zo leuk, spannend, bont, avontuurlijk… dat het smaakte naar méér. Ik wilde lezen over Sanctaphrax, luchtpiraten, steenpiloten… en ik was weer fantasylezer. En stiekem schuilde er ook dat verlangen… hoe zou het zijn om zelf fantasy te schrijven?

2. Hoofdpersonen mogen tekortschieten.

Ik was een jaar of twaalf, dertien toen ik voor het eerst werk van Robin Hobb las. De Boeken van de Levende Schepen werden door mijn vader aangeraden. En terecht. Hobb bleek niet alleen meesterlijk te vertellen, verhaallijnen die ogenschijnlijk los van elkaar staan te combineren en een wereld neer te zetten die uniek én echt voelde… ze liet ook nog eens zien dat je hoofdpersoon best een verwaand kreng mag zijn. Of een moordende piraat met jeugdtrauma’s. Of een aan lager wal geraakte, drugverslaafde matroos. En dat je nog steeds sympathie voor die karakters kunt krijgen, als lezer, of kunt opwekken, als schrijver.

3. Goede uitvoering maakt een slecht idee sterk.

Jim Butcher vertelde in een interview dat hij de Codex Alera-reeks als weddenschap was begonnen. Hij wilde een collega-auteur ervan overtuigen dat een goede uitvoering van een slecht idee een goed boek kon opleveren, in tegenstelling tot een slechte uitvoering van een goed idee. Dus zou hij proberen een goed boek te maken van twee slechte ideeën die zijn collega aandroeg. Waar hij mee moest werken: het lost legion-concept en… pokémon. En inderdaad: als je de Codex Alera-boeken bekijkt, gaat het inderdaad over afstammelingen van legionairs die in een fantasy-wereld terecht zijn gekomen en elementaire wezens aansturen voor hun gevechten. En het werkt. Omdat Butcher zijn wereld met overtuiging en consistentie neerzet, en een meester is in het weergeven van actie (in schril contrast met veel fantasy-auteurs die nooit een zwaard gehanteerd hebben).

4. De charme van de naakte, lelijke waarheid.

Als Hobb mij leerde dat hoofdpersonen tekort mogen schieten, ging Glenn Cook nog een stap verder. De wereld die hij beschrijft in zijn Black Company-boeken is zwartgallig. Er is absoluut kwaad, absoluut kwaad dat langzaam een beetje grijstinten aanneemt, en er zijn de gewone lui, die in hun grijze moraliteit toch bijzonder vaak naar zwart neigen. De soldaten van de Black Company kennen geen andere familie dan elkaar, en slijten hun gewelddadige dagen met de vuile bezigheid van oorlogvoeren. Cook rekent af met het epische, heroïsche, en geeft een hoop cynische rotzakken terug. Over de invloed van dit boek op The Wanderers kun je hier meer lezen.

5. Mix it up.

Uit Neil Gaimans ouvre heb ik o.a. American Gods, Neverwhere en The Ocean at the End of the Lane gelezen. Sterke boeken, met name American Gods, maar waar Gaiman uitblinkt is in zijn werk als comic writer. Sandman, in mijn boekenkast vertegenwoordigd in vier volumineuze boeken, hardcover, met annotaties, biedt een kijk op de wereld(en) door de ogen van Droom, één van de zeven ‘Endless’ aspecten van de mensheid (naast Dood, Destructie, etc.). In de vijfenzeventig oorspronkelijke comics neemt Gaiman ons mee naar een wervelstorm aan narratief geweld: literaire verwijzingen worden feilloos verweven met historie, satire, mythologie, pop cultuur… als er iets is dat ik van deze auteur geleerd heb, is het de kracht van het spelen met genre, conventies en stijlen.

6. Plezier in het schrijven.

Ik probeer nog steeds iedere dag te schrijven. Duizend woorden. Soms lukt dat, soms schiet ik over het quotum heen, soms schiet ik tekort. Schrijven is niet altijd makkelijk, en daarom is het des te belangrijker om het schrijven leuk te houden. En een auteur waarin ik een groot voorbeeld zag, is Sir Terry Pratchett. Een schrijfmachine die naast zijn befaamde Discworld Novels (41 stuks) talloze boeken heeft geschreven. En in ieder boek dat ik van hem heb gelezen, spat het plezier van de pagina. Niet alleen mijn plezier als lezer, maar vooral ook Pratchetts plezier in het schrijven. Zijn spitsvondigheden, zijn spelen met clichés en conventies en het parodiëren – zonder hart voor zijn personages te verliezen – van alles wat onze wereld zo absurd, stom en mooi tegelijkertijd maakt. Als ik evenveel plezier houd in het schrijven als Sir Pratchett had, hoop ik in ieder geval even productief te worden, zo niet even succesvol.

7. Wees niet cool.

Oké, dit is een beetje vals spelen. De Player’s Handbook (PHB) van Dungeons & Dragons, editie 3.5, is geen fantasyroman. Het is een boek vol regels voor de pen & paper roleplaying game die mij van mijn twaalfde tot mijn twintigste vrijwel iedere zaterdagavond bezig hield. Terwijl andere jongens van mijn leeftijd de kroeg in gingen en het schone geslacht opzochten, waande ik me een Dwerg of Half-Orc en sloeg ik fictieve koppen in met fictief wapengerei. Daar heb ik nooit spijt van gehad: met het schone geslacht is het helemaal goedgekomen en door Dungeons & Dragons niet alleen als speler maar later ook als Dungeon Master te ervaren, heb ik een ontzettend stevige fundering gekweekt voor het creëren van eigen narratieven binnen het fantasy-spectrum. Maar belangrijker: Dungeons & Dragons heeft me geleerd dat het er niet toe doet of je cool bent. Als je maar doet wat jij cool vindt, met de mensen die dat ook vinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll to top