Blog – Carnaval, maar dan cru: Poe’s Prospero en de Zeven Kamers op het Ijs

Carnaval staat voor de deur. Hordes gek uitgedoste Hollanders (of in ieder geval: Brabanders en Limburgers) zullen zich de komende dagen laven aan drank, dweilorkesten en opgekropte-kroegen-gezelligheid. Het is niet mijn feest, dat zal het ook nooit worden, maar fascinerend vind ik de gedachte van carnaval, en met name van de maskerade die daarmee gepaard gaat, zeker.

Over de etymologische oorsprong van het woord carnaval valt te twisten: ofwel het komt van het Latijnse carrus navalis (scheepskar), naar de grote, versierde en soms vermomde wagens die tijdens carnavalsoptochten rondrijden, ofwel het komt van het eveneens Latijnse carnem levare / carnem vale (vlees wegnemen / vlees vaarwel), aangezien na carnaval traditioneel gezien de vastenperiode aanbreekt.

Deze laatste theorie is waarschijnlijker en, als het aan de opvarenden van de HMS Terror en HMS Erebus ligt, toepasselijker.

The Terror

Onlangs las ik het prachtige horror-epos “The Terror” van Dan Simmons, een boek dat de historische expeditie van de twee schepen Terror en Erebus naar de noordpool in 1845-47 combineert met bovennatuurlijke horror. In dit boek, in 2018 door AMC omgezet tot tiendelige TV-serie, raken de twee schepen ingevroren op open zee, en krijgen de bemanningen te kampen met extreme kou, ijs dat de boegen langzaam breekt, de dreiging van scheurbuik en een langzaam slinkende voedselvoorraad in de eindeloze Arctische nachten. En een wezen, vele malen groter, slimmer en gevaarlijker dan een ijsbeer, dat op hen jaagt.

Als enkele tientallen mannen al zijn gegrepen door het monster en het ijs onverbiddelijk om de schepen blijft staan, besluit de bemanning – met schoorvoetende toestemming van hun melancholische kapitein – een oud & nieuw-carnaval te organiseren, inclusief maskerade. Daar ‘vieren’ ze hun laatste vlees, een geschoten ijsbeer, en gaan ze ceremonieel het laatste jaar van hun expeditie in.

De kapitein houdt zich afzijdig van de voorbereidingen, en is met stomheid geslagen als hij zich op oudejaarsavond op het ijs begeeft. Daar heeft de driftige bemanning van scheepszeil zeven kamers, zeven compartimenten, in een zigzag over het ijs gespannen. Deze kamers hebben ieder hun eigen kleur – van blauw naar paars, van groen naar oranje, van wit naar violet naar, tenslotte, de laatste kamer. Met zwartgeverfde zeilen als wanden. Met as en kolen verspreid over het ijs, zodat de sterren weerkaatsen op de pikzwarte vloer. En een koekoeksklok die als center piece onverbiddelijk doortikt.

Poe’s Prospero

Deze ongebruikelijke volgorde van gekleurde kamers is niet door auteur Dan Simmons verzonnen: hij baseert zijn carnaval op een kort verhaal van Edgar Allen Poe, “The Masque of the Red Death”. In dit verhaal heeft een Prins, Prospero, zijn kasteel afgesloten voor de door plaag geteisterde buitenwereld. Binnen de muren vermaken de edellieden zich tot de “Rode Dood” voorbij is. Om verveling te voorkomen organiseert de Prins een bal, een maskerade, met dezelfde zeven kamers.

Maar er komt een ongenode gast binnen. Een feestganger die zich heeft uitgedost als iemand die aan de Rode Dood lijdt: met verlept gezicht en rottend vlees. Prospero is woedend door het gebrek aan manieren van deze gast, en volgt hem door de zeven kamers. Totdat ze bij de Zwarte Kamer komen, waar de prins zijn ongenode gast confronteert.

Maar de gast is niet gemaskerd. Hij is de Rode Dood zelf, en Prins Prospero valt dood neer in het hart van zijn eigen vesting, al snel gevolgd door zijn edellieden.

Aan de dood kan men niet ontkomen, lijkt de boodschap. De zeven kleuren kamers symboliseren de zeven stadia van het leven, zoals Shakespeare ze omschreef. De (Rode) dood reist met de prins mee door al deze kamers, om hem in de laatste ‘levensfase’ te grijpen.

Carnaval en Carpe Diem

Dan Simmons zet dit verhaal slim in. Het is geen subtiele allusie. Naderhand blijkt dat de architect van de arctische carnavalsviering het verhaal van Poe had gelezen – historisch gezien kan dit zeker kloppen: Poe’s verhaal werd in 1842 gepubliceerd – en de lugubere thematiek wel vond passen bij de ten dode opgeschreven bemanningen.

Want dat is een verschil: waar Prospero zich veilig waant voor de dood, accepteren de bemanningen van de HMS Terror en HMS Erebus hun eigen dood al bijna. Het is dan ook niet de Rode Dood die door de kamers reist, maar drie bemanningsleden in geheel andere kostuums: één man als een kapitein zonder hoofd – de oorspronkelijke kapitein van de expeditie, die gruwelijk aan zijn einde kwam – en twee mannen, op elkaars schouder, in een berenvel omwikkeld, als macabere ode aan het Monster dat de bemanningen opjaagt.

Carnaval als verachting van de dood, zij het door zichzelf er veilig voor te achten (zoals bij Poe) of door de dood grimmig toe te grijnzen (zoals bij Simmons): het is duidelijk dat dit aspect van carpe diem een belangrijke rol speelt in het volksfeest dat in tig culturen gevierd wordt. Ook in Brabant en Limburg zullen de nodige feestgangers de dood toelachen en het leven vieren, zolang het duurt.

Ik wens ze een beter feestje toe dan de prins Prospero en de mannen op het ijs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll to top